Onderbeen afstaan om kanker te overwinnen

Jan Doorn is 48 jaar en woont in Huizen. Getrouwd en vader van 3 kinderen. Sinds een paar maanden is Jan geregeld te vinden in de fitnessruimte van Coronel Sports, ondanks de prothese aan zijn onderbeen. Het is nog maar kort geleden dat hij zijn onderbeen moest afstaan om een ernstige vorm van kanker te overwinnen. Een aangrijpend en tegelijkertijd mooi vraaggesprek met een bijzonder mens.

Jan, hoe kwam je erachter dat het mis was?

‘Vorig jaar zomer werd mijn voet ineens dik en erg pijnlijk. Het werd zo erg, dat we onze vakantie moesten onderbreken. De huisarts stuurde mij door naar het ziekenhuis. In eerste instantie werd gedacht aan verstopte aderen of een infectie. Uit bloedonderzoek kwam niks afwijkends naar voren. Maar de pijn werd ondraaglijk. Ik kreeg antibiotica. Daar bleek ik allergisch voor te zijn. Pas na 11 weken zoeken kwam de diagnose: sarcoomkanker, in mijn gehele voet.’

Dat klinkt ernstig. Wat gebeurde er toen?

‘Ons leven belandde op zijn kop. Ik moest naar het Antonie van Leeuwenhoek Ziekenhuis in Amsterdam. Dan weet je dat het echt mis is. Sarcoomkanker is een kwaadaardige kankersoort en zeldzaam. Het ontwikkelt zich langzaam en is moeilijk te ontdekken, omdat het zich kan weergeven als  bot, spier of vetweefsel. Maar als het eenmaal om zich heen gaat grijpen.. De enige optie was amputatie. Chemo en bestraling hebben bij deze soort weinig tot geen effect.’

De amputatie, hoe was dat?

‘Dat was natuurlijk vreselijk. Een tweede amputatie was nodig omdat de eerste complicaties gaf. Een sportman was ik wel, deed twee keer per week een uur borstcrawl . De chirurg had een flinke klus aan de operaties: die duurde veel langer door mijn enorm sterke spierweefsel en botten. Daar kwamen ze bijna niet doorheen. Dit klinkt naar, maar had ook een voordeel: de genezing van mijn been verliep volgens de artsen bizar snel. Volgens hen dankzij de jarenlange training en het effect daarvan op het herstelvermogen van mijn lichaam.’

Wat voor impact had het op je te horen dat het om kanker ging?

‘Je kan je niet voorstellen hoe het is te horen dat je leven op het spel staat. Toen de kanker net ontdekt was, dachten de artsen ook uitzaaiingen te hebben waargenomen . Daarom kreeg ik een PET-scan.  Je moet dan een  uur lang stil op een bed in een kleine kamer liggen, moederziel alleen, zodat het “nucleaire goedje” kan inwerken op het lichaam. Alle doemscenario’s spookten door mijn hoofd, terwijl ik aan mijn vrouw en kinderen dacht. Je wilt dan je ogen uit je hoofd janken, maar je mag niet bewegen. Onmenselijk. Maar wonderwel: al mijn organen bleken schoon.’

Hoe was het eigenlijk voor jullie als gezin?

‘Mijn vrouw pakte praktisch door. Echt een topwijf heb ik aan haar. En we hebben wat afgehuild en gepraat. Dit heeft ook gezorgd voor een onverwoestbare verdieping van ons huwelijk en geloofsleven. Het is eigenlijk absurd: de wetenschap dat het afscheid misschien nadert, geeft je een andere kijk op het leven. Dan ga je dingen tegen elkaar zeggen die je anders misschien nooit had gezegd. Misschien uit angst voor je kwetsbaarheid. Als de dood je in de ogen kijkt, maakt dat allemaal niet meer uit. Onze liefde voor elkaar is er nog groter op geworden. En de kinderen: ongelofelijk hoe zij er mee om zijn gegaan. Zij nemen, op eigen initiatief, taken en zaken over die ik niet meer of minder goed kan. Zonder protest pakten zij hun spullen toen we vorig jaar de vakantie moesten onderbreken. Afgelopen zomer hebben we de draad op dezelfde plek weer opgepakt.’

Je bent nu genezen verklaard. Hoe ervaar je je leven met prothese?

‘Mijn revalidatie verliep zeer voorspoedig. Mogelijk was het slechter afgelopen als ik hiervoor een ongezond leven had geleid. Ik probeer de amputatie en een leven met prothese zo goed als het gaat te aanvaarden. In mijn ogen is acceptatie van je situatie de basis om door te gaan. Daardoor houd je energie over om te investeren in aanpassing. Ik ben zelfs weer gedeeltelijk mijn werkzaamheden aan het  oppakken. Dat gaat steeds beter. Natuurlijk zijn er belemmeringen: douchen, fietsen, traplopen, het is geen vanzelfsprekendheid meer. Maar door te blijven oefenen en te zoeken naar manieren gaat het steeds beter.’

Je draagt gewoon een korte broek tijdens het sporten hier. Hoe was dat in het begin?

Dat is wennen en ja mijn prothese is zichtbaar. Een lange broek is alleen maar hinderlijk. Mensen hier zien mijn prothese maar ik heb niet het gevoel bekeken te worden. Ik krijg van iedereen positieve en aanmoedigende reacties. Ik sport nu ongeveer drie tot vier keer per week, en zwem daarnaast nog.’

Dat is best veel, naast je werk. Het is nog maar een jaar geleden dat je de diagnose kreeg.

‘Ja, maar ik probeer tegenwoordig beter naar mijn lichaam te luisteren. Die tip kreeg ik van de bedrijfsarts: ‘zorg dat je lichaam en geest in balans blijven’. Ben ik moe? Dan stop ik. Tijdens het sporten, tijdens het werk. Voor mijn ziekte ging ik maar door, ook zakelijk. Mijn arts zei: “Ik heb helaas veel mensen moeten vertellen dat zij dood  gaan. Niemand daarvan zei ooit: had ik maar langer op kantoor gezeten”.

Hoe sta je er nu in? Heb je het vertrouwen terug in je lichaam?

‘Het is drie stappen vooruit en eentje terug. Maar ik wil door en ik ga ook door. Het is zoals het is. De komende tien jaar sta ik onder controle bij de arts, maar ik probeer mij niet druk maken van tevoren. Ik ben, op dit moment dat ik hier zit, officieel kankervrij. Ik kan het navertellen: ik ben nog steeds die vader, echtgenoot, zoon, broer en vriend, van alle mensen van wie ik zoveel houd, de reden om door te willen en blijven gaan.’

Bron: Coronel Sports Interview: Sandra Ohler, Tekst: Marika Muller